Wat is een gezonde buikomtrek?

Staar jij vooral naar het scherm van je weegschaal in de badkamer? Dan is het de hoogste tijd om ook eens elders te kijken. Naar de omtrek van je buik, bijvoorbeeld. Te veel vet ter hoogte van de buik blijkt immers een bron te zijn van allerlei kwaaltjes. Ontdek hier hoe je je buikje binnen gezonde limieten houdt.
Wat is een gezonde buikomtrek?

Wat is een 'gezond gewicht'

Wat is een gezond gewicht? Vroeger was die vraag snel beantwoord. Evenveel kilo als het aantal centimeters boven één meter, dat was de vuistregel. Eenvoudig en duidelijk.

Daarna leerden we met z’n allen de Body Mass Index (BMI) kennen. Je gewicht gedeeld door het kwadraat van je lengte in meter, dat werd dé standaard. En dat is hij nog altijd. Ligt je BMI tussen de 25 en de 30, dan heb je overgewicht. Zit je boven de 35, dan heb je obesitas en wordt het gevaarlijk. Eenvoudig én duidelijk. 

Alleen zijn de inzichten hierover nog verder geëvolueerd. Het BMI houdt namelijk geen rekening met de verdeling van het vet over je lichaam. En daardoor blijft een belangrijke boosdoener buiten schot: het vet dat zich opstapelt ter hoogte van je buik. 

Buikvet is niet goed voor je gezondheid

Buikvet zit niet alleen vlak onder je huid, maar ook rond en tussen de organen in je buikholte. Hoe het precies werkt, weten de wetenschappers nog niet helemaal, maar buikvet blijkt het risico op allerlei aandoeningen, tot en met kanker, ernstig te verhogen. Daardoor is het gevaarlijker dan een vetlaag op je dijen of heupen.

Algemeen kunnen we stellen dat een buikomtrek vanaf 80 cm (zeker vanaf 88 cm) bij een vrouw en vanaf 94 cm (zeker vanaf 102 cm) bij een man een verhoogd risico op gezondheidsproblemen met zich meebrengt. Zeker wanneer je BMI wél binnen de perken ligt, wordt te veel buikvet een probleem. Reden genoeg om je buikomtrek te meten en extra in de gaten te houden.

Gezondheidsrisico's van te veel buikvet

Buikvet kan het verwerken van vetten en suikers uit je voeding verstoren. Het maakt je lichaam minder gevoelig voor de insuline die je zelf aanmaakt, waardoor je kans op diabetes type 2 vergroot. Bovendien verstoort buikvet je cholesterol-huishouding waardoor je meer risico op hart- en vaatziekten loopt. Ook je kans op lever- en nierziekten, ontstekingsaandoeningen en kanker stijgt.

Drie vuistregels om succesvol je buikomtrek te verminderen

Laat je vooral niets wijsmaken: er bestaat geen miraculeus crashdieet om snel die buik kwijt te raken. Maar alle beetjes helpen. Als je erin slaagt, 5 à 10% van je gewicht te verliezen, dan heeft dit een heilzaam effect op je buikvet. En met deskundige hulp lukt het zelfs bij veel overgewicht om de gezonde balans terug te vinden. Ideaal is een gezond voedingspatroon te vinden dat je je eigen maakt om ook op lange termijn een gezond gewicht én je buikomtrek te behouden. Want het klassieke jojo-effect dat voortkomt uit voortdurend afvallen en weer bijkomen is erg slecht voor je gezondheid. 

  1. Fietsen, zwemmen, wandelen, dansen, trappen lopen: maak zelf een keuze waar je je goed en gemotiveerd bij voelt.
  2. Probeer elke dag 20 minuten intensief (tegen buiten adem aan) te bewegen.
  3. Lukt het niet elke dag, probeer dan minstens 4 x per week beweging (maar dan wel 30 à 45 min) in te plannen. 
Gezond eten

Lees ook

20 november 2020

Bijna helft van Belgen heeft nog nooit van hormoonverstoorders gehoord

Eten opwarmen in plastic bakjes. 6 op de 10 Belgen ziet hier geen graten in. Nochtans kan het ongezond zijn, want door de warmte kunnen er mogelijk schadelijke stoffen zoals hormoonverstoorders terechtkomen in het eten. Die stoffen kunnen gezondheidsproblemen of ontwikkelingsstoornissen veroorzaken, zeker bij kwetsbare groepen. Bijna de helft van de bevolking weet niet wat hormoonverstoorders zijn. Verontrustende resultaten, die blijken uit een enquête die de Onafhankelijke Ziekenfondsen afnamen bij 1.000 personen.
05 oktober 2020

Steeds meer kinderen op raadpleging bij de oogarts

De kans dat een kind zelf aangeeft dat het niet goed ziet, is klein. Toch moeten steeds meer (jonge) kinderen een bril dragen. Dat blijkt uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, gebaseerd op het aantal raadplegingen van kinderen bij oftalmologen en de terugbetalingen van optische hulpmiddelen.