NieuwsGezond leven
20 augustus 2018

deel

Luchtvervuiling niet alleen gevaarlijk voor 65-plussers

Een blootstelling aan luchtvervuiling zorgt voor een hoger risico op overlijden door ademhalings- of hart- en vaatziekten. Niet enkel bij 65-plussers trouwens. Ook 25- tot 64-jarigen zijn kwetsbaar, vooral na een stijging van ozonconcentraties. Sciensano roept dan ook iedereen op om zijn gedrag aan te passen tijdens smog- of ozonpieken. 

Niet enkel voor ouderen en kinderen

Dat kinderen en 65-plussers extra kwetsbaar zijn voor smog- en ozonpieken, weten we al. Nieuw onderzoek van Sciensano; het nieuwe federale onderzoekscentrum voor volksgezondheid en voorheen het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, toont nu aan dat luchtvervuiling ook bij mensen tussen 25 en 64 jaar zorgt voor een verhoogd risico op sterfte door ademhalings- en hart- en vaatziekten. Omdat die groep nooit echt als een risicogroep wordt beschouwd, volgt ze de preventieadviezen niet altijd goed op. Daarom roept Sciensano iedereen op om zijn gedrag aan te passen bij ozonpieken of smogwaarschuwingen.

Wat moet je doen bij ozon- en smogpieken?

  • Beperk blootstelling aan de buitenlucht en probeer activiteiten ’s ochtends te plannen.
  • Vermijd fysieke inspanningen tussen 12u en 22u.
  • Blijf bij hitte en ozonpieken in een koele ruimte en hydrateer je. 

Artikel tags:

Lees ook

20 november 2020

Bijna helft van Belgen heeft nog nooit van hormoonverstoorders gehoord

Eten opwarmen in plastic bakjes. 6 op de 10 Belgen ziet hier geen graten in. Nochtans kan het ongezond zijn, want door de warmte kunnen er mogelijk schadelijke stoffen zoals hormoonverstoorders terechtkomen in het eten. Die stoffen kunnen gezondheidsproblemen of ontwikkelingsstoornissen veroorzaken, zeker bij kwetsbare groepen. Bijna de helft van de bevolking weet niet wat hormoonverstoorders zijn. Verontrustende resultaten, die blijken uit een enquête die de Onafhankelijke Ziekenfondsen afnamen bij 1.000 personen.
05 oktober 2020

Steeds meer kinderen op raadpleging bij de oogarts

De kans dat een kind zelf aangeeft dat het niet goed ziet, is klein. Toch moeten steeds meer (jonge) kinderen een bril dragen. Dat blijkt uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, gebaseerd op het aantal raadplegingen van kinderen bij oftalmologen en de terugbetalingen van optische hulpmiddelen.