NieuwsGezond leven
20 november 2020

deel

Bijna helft van Belgen heeft nog nooit van hormoonverstoorders gehoord

Eten opwarmen in plastic bakjes. 6 op de 10 Belgen ziet hier geen graten in. Nochtans kan het ongezond zijn, want door de warmte kunnen er mogelijk schadelijke stoffen zoals hormoonverstoorders terechtkomen in het eten. Die stoffen kunnen gezondheidsproblemen of ontwikkelingsstoornissen veroorzaken, zeker bij kwetsbare groepen. Bijna de helft van de bevolking weet niet wat hormoonverstoorders zijn. Verontrustende resultaten, die blijken uit een enquête die de Onafhankelijke Ziekenfondsen afnamen bij 1.000 personen.
Bijna helft van Belgen heeft nog nooit van hormoonverstoorders gehoord

Wat zijn hormoonverstoorders?

Hormoonverstoorders zijn chemische stoffen (of mengsels ervan) die niet door het menselijk lichaam worden geproduceerd. Ze kunnen de werking van ons hormoonsysteem verstoren en dus schadelijk zijn voor onze gezondheid.

163 miljard euro, dat is de jaarlijkse economische kost van hormoonverstoorders in Europa. Met de Green Deal wil Europa de klimaatverandering en milieuvervuiling aanpakken. De problematiek van gevaarlijk chemicaliën zit hier onlosmakelijk in verweven. Logisch dus dat in 2020 niet alleen Europa, maar ook de Belgische federale en regionale overheden het probleem van hormoonverstoorders op hun agenda hebben gezet. Ze werken aan een nationaal actieplan om de dagelijkse blootstelling aan hormoonverstoorders te beperken. Maar weet de Belgische bevolking wel hoe vaak ze in aanraking komen met deze potentieel gevaarlijke stoffen? Dat gingen we na in een rondvraag over hormoonverstoorders bij 1.000 personen.

Weinig kennis over schadelijke stoffen

48 % van de bevraagden heeft nog nooit over hormoonverstoorders gehoord. Bijna 60 % is er zich niet bewust van dat hormoonverstoorders gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken of een negatieve impact kunnen hebben op de ontwikkeling van baby’s, kinderen en adolescenten. 1 op de 3 (36 %) is wel op de hoogte van de aanwezigheid van schadelijke stoffen in pesticiden. Dat plastic verpakkingsmaterialen, verzorgingsproducten en speelgoed ook hormoonverstoorders kunnen bevatten, is minder gekend.

De resultaten van de enquête bevestigen dat veel mensen dagelijkse gewoontes hebben die de blootstelling aan hormoonverstoorders zouden kunnen verhogen. Zo warmt vb. 61 % van de ondervraagden zijn of haar eten wel eens op in een plastic potje, gaat 64 % bij aankoop van cosmetica niet na welke stoffen er in aanwezig zijn, en denkt 50 % er niet aan om nieuwe kleren eerst te wassen, voor ze aan te doen.

Veel mensen zijn zich nog niet voldoende bewust van de mogelijke gezondheidsrisico’s. 39 % van de bevraagden gaf aan bezorgd te zijn over de blootstelling aan hormoonverstoorders in alledaagse producten. De bezorgdheid is wel groter bij mensen die al over hormoonverstoorders gehoord hebben. Maar de meerderheid (60 %) van de ondervraagde Belgen ligt er niet wakker van.

Wat kan de overheid doen?

Toch wordt er gezocht naar informatie over schadelijke stoffen: 21 % van de ondervraagden heeft ooit al eens info over hormoonverstoorders nagetrokken en 50% heeft al eens details opgezocht over een chemische stof vermeld op het etiket. Mensen vinden het belangrijk dat de informatie die ze vinden, van een betrouwbare bron komt en gemakkelijk te begrijpen is. Uit de bevraging blijkt dat zij die meer kennis hebben, meer bereid zijn om hun gedrag aan te passen.

Hier kunnen de overheden een belangrijk rol spelen en een actieplan om de blootstelling aan schadelijke stoffen te beperken is hierbij uiterst zinvol. Volgens onze enquête verwacht de bevolking dit ook van hun overheid:

  • 3 op 4 ondervraagden (73 %) gaat er van uit dat er op de Belgische markt alleen producten toegelaten zijn die geen potentieel gevaarlijke stoffen bevatten.
  • 59 % van de mensen klasseerden ‘het verbieden van gevaarlijke stoffen’ bij de 2 belangrijkste maatregelen die ze van de overheid verwachten..
  • Andere maatregelen die de ondervraagden belangrijk vinden: het steunen van Europese initiatieven die het gebruik van hormoonverstoorders verminderen en het opzetten van bewustmakingscampagnes over de aanwezigheid van deze schadelijke stoffen.

En wat zijn de ondervraagden bereid om zelf te doen? Een grote meerderheid van de ondervraagden wil zijn gedrag aanpassen, vooral als het weinig of geen extra inspanning kost. Overschakelen naar bio-alternatieven (vb. schoonmaakmiddelen of groenten en fruit) wordt daarbij vaak genoemd. Zo schilt 59 % van de bevraagden nu al niet-biologische groenten en fruit en is 31 % bereid de inspanning te maken in de toekomst.

Wat zijn de aanbevelingen en voorstellen van de Onafhankelijke Ziekenfondsen?

“Het is essentieel om de Belgen te informeren en te sensibiliseren, want vandaag zijn ze zich onvoldoende bewust van de gezondheidsrisico’s door hormoonverstoorders. Als ziekenfonds moeten we onze leden hierover informeren”, benadrukt Xavier Brenez, directeur generaal van de Onafhankelijke Ziekenfondsen.

“Het is een complexe materie en dat betekent dat het belangrijk is dat de boodschappen op een duidelijke en verstaanbare manier worden geformuleerd. Ook zorgverleners spelen hier een belangrijke rol in. 3 op de 4 ondervraagden verwacht dat dokters, apothekers of gynaecologen hen informeren over hormoonverstoorders.”

Een zoektocht naar veiligere alternatieven is een must. Slechts 1 % van de chemische stoffen is vandaag onderzocht op hormoonverstorende effecten. Brenez: “Maar er is ook nood aan een duidelijk wettelijk kader, waarbij de focus moet liggen op het beschermen van de volksgezondheid. De verschillende overheden moeten afspraken maken, zodat er een uniform beleid gevoerd kan worden.”

Voortrekkersrol

België kan bovendien een voortrekkersrol spelen in Europa: de Senaat schreef in 2018 al de aanbeveling dat België het goede voorbeeld moet geven. In oktober heeft de Europese Commissie de EU-duurzaamheidsstrategie voor chemische stoffen gepresenteerd; het meest ambitieuze beleidsinitiatief op dit vlak in de afgelopen 20 jaar en een unieke kans om Europa’s benadering over het beheer van chemische stoffen te heroverwegen.

"De nieuwe Europese strategie voor chemische stoffen is een gouden kans om onze blootstelling aan schadelijke hormoonverstoorders aan te pakken, op voorwaarde dat deze strategie snel en goed wordt uitgevoerd", benadrukt Genon K. Jensen, Executive Director van de Health and Environment Alliance (HEAL). "Ook nationale regeringen kunnen een voorbeeldrol spelen om de volksgezondheid te beschermen, door het ondersteunen en uitvoeren van EU-wetgeving en -beleid.”

 

 

Lees ook

05 oktober 2020

Steeds meer kinderen op raadpleging bij de oogarts

De kans dat een kind zelf aangeeft dat het niet goed ziet, is klein. Toch moeten steeds meer (jonge) kinderen een bril dragen. Dat blijkt uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, gebaseerd op het aantal raadplegingen van kinderen bij oftalmologen en de terugbetalingen van optische hulpmiddelen.