Dokter Google raadplegen: doen of niet?

Het massaal googelen naar gezondheidsinformatie maakt van ‘Dokter Google’ de meest bezochte dokter ter wereld. Toch is het belangrijk om zijn betrouwbaarheid in vraag te stellen, want in een fractie van een seconde geeft hij je bijna 3 miljoen adviezen voor hoofdpijn. Welk advies is relevant? En is het wel zo slim om Dokter Google te raadplegen?
Dokter Google raadplegen: doen of niet?

Van een pijntje naar een levensbedreigende ziekte

Googel jij wel eens je ziektesymptomen? Je bent niet de enige. Zo blijkt dat 9 op de 10 Vlamingen googelt naar gezondheidsinformatie. Dat kan gaan over iets waarover je je schaamt wanneer je bij een echte dokter zou langsgaan (aambeien bijvoorbeeld), het coronavirus of gewoon de nieuwste dieettrend.

Een consultatie bij Dokter Google kan relevant zijn, maar hij kan je ook nodeloos ongerust maken.

Je voelt een pijntje en al googelend verandert het in een levensbedreigende zieke. Je lacht, maar het fenomeen heeft zelfs een naam: cyberchondrie.

Cyberchonders zijn angstige mensen die overdreven goo­ge­len op gezondheidsin­for­ma­tie, geneigd zijn om te klikken op het ergste en zo ten onrechte denken dat ze allerlei ziek­tes hebben. Hun angst wordt als het ware opgeklopt door het googelen en ze slagen er maar niet in om het los te laten.

Hoe vatbaar je bent voor cyberchondrie heeft te maken met je gezondheidsgeletterdheid. Dat is het vermogen van een persoon om gezondheidsinformatie te begrijpen, zodat hij of zij de juiste keuze kan maken om zijn of haar gezondheid te behouden of verbeteren. Mensen met een lage gezondheidsgeletterdheid vinden bijvoorbeeld moeilijk hun weg naar de huisarts. 

4 vragen die je helpen om betrouwbare informatie te vinden

Dokter Marleen Finoulst, Coördinator van Gezondheid en Wetenschap erkent de problematiek. Op zich is er niets mis met het zoeken naar gezondheidsinformatie op het internet, zolang je een betrouwbare bron consulteert. Meestal klikken we op de eerste drie links die in een zoekmachine verschijnen. Wat we dikwijls vergeten, is dat zoekresultaten gesorteerd worden op populariteit, en niet op kwaliteit. Je wilt natuurlijk vermijden dat je een foutieve diagnose stelt en vervolgens geen echte dokter meer raadpleegt. 

Daarom deelt Finoulst in haar boek ‘Dokter Google, vriend en vijand’ enkele tips om betrouwbare informatie te vinden:

  • Zie je een HON-label? Dan gaat het om een betrouwbare website. De Zwitserse organisatie Health On the Net (kortweg HON) kent labels toe aan medische en gezondheidswebsites die wetenschappelijk onderbouwde informatie geven. Helaas hebben (nog) niet alle betrouwbare websites een HON-label, maar zie het als een houvast.

  • Is het duidelijk wie er achter de website zit? Kijk eens welke mensen of organisatie(s) er achter de website zitten. Twijfel je nog? Check dan zeker ook eens of je gemakkelijk contact met hen kan opnemen. Als dat niet het geval is, dan laat je die website best links liggen.

  • Komt de website commercieel over? Wees dan op je hoede. Er moet een alarmbel afgaan wanneer je veel pop-ups en commerciële boodschappen krijgt, wanneer er beweerd wordt dé oplossing te hebben voor je probleem of wanneer je meteen een product te zien krijgt. De regel ‘het is te mooi om waar te zijn’ geldt ook op het internet.

  • Twijfel je over de informatie die je online terugvindt? Raadpleeg dan je huisarts. Met hem of haar kan je gerust bespreken wat je online gevonden hebt. Hij of zij kan je trouwens ook zeggen waar je betrouwbare informatie kan vinden over het onderwerp dat jou aanbelangt. Als je bijvoorbeeld informatie over kanker zoekt, dan kan je onder meer terecht bij de websites van Stichting tegen Kanker en Kom op tegen Kanker.

Deze vier vragen dienen als handvat en stellen je in staat om zelf te oordelen of een bron betrouwbaar is of niet.

Betrouwbare bronnen:

Verder zijn ook de websites van mutualiteiten, medische beroepsverenigingen, patiëntenverenigingen, federale en regionale volksgezondheidsdiensten … betrouwbaar.