Alles wat je moet weten over je immuunsysteem

Sinds COVID-19 opdook, worden we om de oren geslagen met informatie. Het gaat dan over virussen, vaccineren, ons immuunsysteem … Maar wat betekent het allemaal precies? Hoe verdedigt je lichaam zich eigenlijk tegen zo’n ‘beestje’? Is het wel een beestje? En wat zijn in hemelsnaam T-cellen? Enkele belangrijke vragen en antwoorden over immuniteit op een rij.
Alles wat je moet weten over je immuunsysteem

Is een virus een ‘beestje’?

Nee, maar wél een ontzettend klein organisme dat zich in levende cellen kan vermenigvuldigen. In feite is het een pakketje vol erfelijk materiaal in een ‘eiwitschil’. Virussen worden vaak verward met bacteriën, maar ze zijn wel degelijk anders. Het grootste verschil? Een virus heeft geen eigen cellen. Het komt je lichaam binnen via lichaamssappen (speeksel, bloed ...), en nestelt zich vervolgens in een bestaande lichaamscel. Vervolgens neemt het virus de volledige controle over van die cel.

Hoe verspreiden virussen zich?

Virussen verspreiden zich wanneer ze door het lichaam worden uitgestoten. Om te blijven bestaan moeten ze overgebracht worden naar een andere persoon.

Bij het coronavirus bijvoorbeeld, gebeurt dat via de luchtwegen: vooral als je hoest of niest, maar ook als je praat. Dan stuur je kleine vochtdruppeltjes de lucht in. In die vochtdruppeltjes, die je vaak niet met het blote oog ziet, zitten virussen. Komen die in contact met iemand? Dan kunnen ze die persoon infecteren. 

Wat is een immuunsysteem?

Je lichaam is uitgerust met een indrukwekkend immuunsysteem, dat in principe alle 'lichaamsvreemde indringers' aanvalt. Dat kunnen virussen zijn, maar evengoed kankercellen of zelfs materialen (vandaar dat je huid ontsteekt bij een splinter). Je lichaam beschikt over diverse verdedigingsmechanismen om dergelijke indringers aan te vallen:

 

  • Hoesten en niezen: heel wat microben blijven in je slijmlaag zitten, en door hoesten, niezen of snuiten, kegel je ze eruit. Handig (zolang je dus niet richting iemand anders niest …)!
  • Koorts: de meeste virussen en bacteriën kunnen niet goed tegen warmte. Als je lichaam opwarmt, kunnen ze zich minder goed vermenigvuldigen.
  • Witte bloedcellen: met als hoofdrolspelers de antistoffen en T-cellen. Antistoffen zijn moleculen die in je lichaam circuleren en zich specifiek binden aan een welbepaald virus. Antistoffen zetten als het ware een slotje op het virus, zodat het zich niet meer met een cel kan binden. T-cellen pakken het iets drastischer aan: ze sporen geïnfecteerde cellen op én vernietigen ze.

Hoe werkt je immuunsysteem precies?

Iedereen heeft een aangeboren immuunsysteem. Daarnaast beschik je ook over een adaptief of verworven immuunsysteem. Dat bestaat uit aangeleerde, specifieke reacties op bepaalde ziekteverwekkers. Heel effectief, maar je lichaam moet die reacties wel eerst aanleren.

Zo heeft je lichaam één tot twee weken nodig om een infectie via een onbekend virus de baas te kunnen. Wanneer je later nogmaals in aanraking komt met hetzelfde, of een soortgelijk virus, staan de juiste antistoffen klaar en maakt het virus geen kans.

Sommige antistoffen blijven je leven lang aanwezig in je lichaam. Andere worden weer afgebroken. Maar je immuunsysteem beschikt over een ‘geheugen’: het herinnert zich bij een 'bekende' infectie welke antistoffen je nodig hebt, en maakt ze meteen aan.

Op die manier bouw je 'resistentie' op tegen bepaalde virussen. Denk bijvoorbeeld aan kinderziekten, zoals de windpokken, die je maar één keer in je leven krijgt. Hoe meer contact met ziekteverwekkers, hoe efficiënter je adaptieve immuunsysteem!

Hoe blijft je immuunsysteem optimaal functioneren?

Door je lichaam in topconditie te houden, zorg je er ook voor dat je immuunsysteem optimaal functioneert. Dat lukt vooral door zo gezond mogelijk te leven. Eet dus vers en gevarieerd, zodat je alle nodige vitaminen en voedingsstoffen binnenkrijgt. Slaap voldoende, reken af met stress, beweeg regelmatig en blijf weg van tabak. Maar dit alles zal wellicht niet volstaan om alle virusinfecties te vermijden. Er bestaan immers geen wondermiddelen, of het zou een vaccin moeten zijn …

Waarom vaccineren?

Met een vaccin zet je je eigen adaptieve immuunsysteem aan het werk. Bij vaccinatie wordt een onschadelijke, dode of verzwakte versie van het virus (of een deeltje ervan) opgekweekt én ingespoten. Soms wordt daar een hulpstof aan toegevoegd die een gevaarsignaal aan je lichaam geeft. Zo schiet je immuunsysteem in actie en ruimt de indringers op. Daarbij maakt het de juiste afweerstoffen aan. Wanneer het echte, gevaarlijke virus later komt aankloppen, heeft je lichaam de juiste verdediging klaar!

Meer weten over vaccinaties en het coronavaccin? Lees meer.