Een kijkje achter de schermen bij de huisarts

Iedereen gaat weleens naar de huisarts. Sommige mensen gaan enkel voor kleine kwaaltjes of ziektebriefjes naar hun dokter, anderen met belangrijke lichamelijke of psychologische problemen. Vaak zoeken patiënten vooral geruststelling dat er niets ergs aan de hand is. 
Maar hoe gaat een arts hierin te werk? Hoe stelt hij een diagnose? Wanneer kan hij een patiënt geruststellen? Twijfelt de arts soms zelf?  
 
Een kijkje achter de schermen bij de huisarts

Er is toch niks mis, dokter? 

In het boek ‘Er is toch niks mis, dokter?’ krijg je een inkijk in de praktijk van een huisarts.

Dokter Marieke Wiggers: ik schrijf verhalen over moeilijke situaties waar ik als huisarts mee te maken krijg. Zo is er Souraya, een jonge vrouw met allerlei klachten die een zeldzame immuunziekte blijkt te hebben. Gelukkig verwees ik haar op tijd naar het ziekenhuis waar zij de juiste medicatie kreeg. Ik begeleid het jonge gezin van Saleen en Omar die op korte tijd twee keer ongepland maar gewenst een kindje krijgen. En ook het levenseinde komt aan bod: ik volg meneer de Vos in zijn laatste maanden zodat hij comfortabel en waardig kan sterven.”

Gelukkig passeren niet enkel moeilijke gevallen in de praktijk, maar krijgt dokter Wiggers ook vaak te maken met grappige situaties. “Zo bevind ik me op een middag tijdens mijn huisbezoekenronde plots op handen en knieën op de grond, op zoek naar het toch wel heel bijzondere huisdier van een patiënt. Met meneer Vissers ga ik dan weer op zoek naar zijn kunstgebit. “

Maar het allermooiste aan het beroep van huisarts vindt Marieke dat je zoveel verschillende mensen ontmoet. “Je krijgt op die die manier als arts een bijzonder inkijkje in het leven van vele buitengewone, maar vaak ook heel gewone mensen. Zij gaven mij de inspiratie om dit boek te schrijven. In neem ik je mee op consultatie en huisbezoek om deze bijzondere figuren te ontmoeten. “

Lees alvast dit hoofdstuk van het boek, waarin je kennismaakt met Saleen en haar pasgeboren baby. 

Niet zomaar een baby 

Intussen is een van mijn favoriete patiënten, de negentienjarige Saleen, bevallen. Van een gezond jongetje, hoorde ik via haar zus, en de kersverse ouders maken het goed. Ik geef haar mee dat ik heel benieuwd ben om het zoontje in het echt te zien en dat de jonge familie altijd welkom is in de praktijk.

Een week later belt Saleen mij zelf op om te vragen wanneer ze langs mag komen, want haar zoontje Ahmed is een beetje ziek. Mijn consultaties zitten er net op, het is al een lange dag geweest en ik sta op het punt naar huis te gaan. Maar het gaat hier wel om Saleen, de prachtige jonge vrouw die ik intensief opvolgde tijdens haar moeizame zwangerschap en van wie ik bovendien veel heb bijgeleerd over haar cultuur. Én ze heeft een ziek kindje, dat ik sowieso weleens graag zou zien. Dus natuurlijk zwicht ik. Ondanks de niet-dringendheid van de situatie vraag ik of ze direct langs kunnen komen. Een kwartiertje later meldt het drietal zich: twee licht vermoeide maar stralende ouders en de baby die nog schattiger blijkt dan ik mij had voorgesteld. Ik feliciteer Saleen en haar man Omar, onderzoek Ahmed en geef nog wat uitleg rond borstvoeding. Ik vraag aan de mama of het allemaal een beetje lukt. Saleen antwoordt dat ze heel blij is dat alles goed verloopt. ‘Maar het is toch ook wel veel zwaarder dan ik dacht. Vooral omdat ik het gevoel heb dat ik alles moet doen, en dat mijn man niet veel kan betekenen.’

Waarop er een discussie begint tussen hen rond het opnemen van verantwoordelijkheid voor hun kindje. Ik luister maar half en bemoei me niet, maar zie tot mijn schrik dat Saleen haar zoon na het aankleden op de onderzoekstafel heeft achtergelaten en hem nog niet in zijn maxicosi heeft gestopt. Ik haast me ernaartoe, pak hem op en druk hem tegen mijn borst. Hij ademt rustig, ziet er tevreden uit en trekt zich niets aan van wat er allemaal gebeurt. 

Ik ben op dit moment zo tevreden met dit klein onschuldig mensenleven in mijn armen, het voelt bijna aan als familie. Gelukkig eindigt de woordenwisseling van de ouders al snel en lijken ze helemaal niet verbaasd te zijn dat ik met hun kind op schoot zit. ‘Sorry dokter, soms hebben wij nogal wat te bespreken’. Ze kijken elkaar lachend aan, plagend bijna, en ik zie dat het goed is. Ik stel voor dat ik Ahmed mee naar huis neem, waarop ze synchroon ‘Ja!’ roepen, in lachen uitbarsten en hem toch snel van me overnemen. 

Meer info

Lees meer in het boek 'Er is toch niks mis, dokter? Het leven zoals het is, voor en bij de huisarts.'
Anne Marieke Wiggers, uitgeverij Houtekiet.