Nieuws Gezin
14 juni 2021

deel

15 min bewegen in de kinderopvang goed voor motorische ontwikkeling

UGent en VUB rondden net een beloftevolle pilootstudie af in de kinderdagverblijven van Partena en OZ Kinderopvang. Daaruit bleek niet alleen dat een kwart van de 1- tot 3-jarigen onder de referentiewaarden van motorische vaardigheden scoort. Maar ook dat, wanneer men in de crèche gedurende 15 minuten per dag gericht oefende op motoriek, de kinderen met rasse schreden vooruitgingen - letterlijk en figuurlijk.  Alle partijen roepen daarom op om werk te maken van kwaliteitsvolle beweging in de kinderopvang. 
15 min bewegen in de kinderopvang goed voor motorische ontwikkeling

Motorische achterstand begint al in de crèche

Onderzoekers van de UGent en VUB werkten samen met Partena en OZ Kinderopvang om een pilootstudie op te zetten rond het stimuleren van motorische ontwikkeling bij peuters tussen 1 en 3 jaar.

Dat de algemene motoriek van kinderen vanaf 4 jaar er de laatste jaren wereldwijd op achteruitging, ook in Vlaanderen, was reeds bekend.  En dat is jammer, want dat heeft invloed op de verdere sociale en sportieve ontwikkeling van een kind. Wie bijvoorbeeld niet goed kan gooien, zal het misschien niet zien zitten om zich later in te schrijven in een (bal)sportclub. Over de motoriek van kinderen tussen 1 en 3 jaar was er tot nog toe echter veel minder geweten.

In de eerste plaats wou dit onderzoek dus zien of die achteruitgang ook al vast te stellen was bij jongere kinderen. Daarom werden 102 peuters uit 12 verschillende kinderdagverblijven van Partena en OZ Kinderopvang gedurende 20 weken gevolgd, onderverdeeld in een trainingsgroep en een controlegroep. Verder wou men ook nagaan of een kinderdagverblijf de geschikte setting is om bij te dragen aan motorische ontwikkeling. Volgens Kind en Gezin wordt immers 76,6% van de niet-schoolgaande kinderen tussen 3 maanden en 3 jaar opgevangen in kinderopvang, waardoor je in deze setting een hele grote groep kinderen kan bereiken.  

15 minuten gerichte oefeningen per dag

Het was de bedoeling om met gerichte dagelijkse ‘oefeningen’ te focussen op fundamentele bewegingsvaardigheden: voortbeweging (kruipen, lopen, stappen, huppelen…), objectcontrole (gooien, vangen, iets vastpakken…) en evenwicht. Eline Coppens, doctoranda aan de vakgroepen Bewegings- en Sportwetenschappen van de UGent en VUB bij prof. Matthieu Lenoir en prof. Eva D’Hondt, legt uit hoe dit concreet ging: “We hadden themaweken waarin telkens ander materiaal centraal stond om het uitdagend te houden voor de peuters en hun begeleiders. Bijvoorbeeld, een krant. Met een opgerolde krant slaan naar een ballon, evenwicht bewaren op een krant, …"

Na 20 weken boekten de peuters uit de trainingsgroep een grotere vooruitgang op vlak van motorische vaardigheden ten opzichte van hun leeftijdsgenoten in de controlegroep. Voortbeweging stimuleren ging echt heel goed, het bevorderen van objectcontrole bleek, zoals verwacht, iets uitdagender. De resultaten zijn dus wel erg beloftevol naar de toekomst toe. 

Opleiding voor kindbegeleiders verfijnen

Met steun van Partena Ziekenfonds zullen Partena en OZ-kinderopvang samen met de UGent en VUB dit project verderzetten gedurende de komende twee jaar. De bedoeling is om verder in te zetten op het gericht ontwikkelen van motorische vaardigheden in de kinderopvang, en de interventie uit het pilootproject te optimaliseren, waarbij de kindbegeleiders een centrale rol toegemeten krijgen. 

Concreet zal de komende tijd worden gewerkt aan een optimale opleiding voor kindbegeleiders en wordt er ook gekeken naar het gebruik van nieuw materiaal dat de motorische ontwikkeling van peuters nog meer kan stimuleren, met daarbij speciale aandacht voor objectcontrole. De onderzoekers zijn hoopvol dat na afloop van dit project kwaliteitsvol bewegen (m.a.w. leren bewegen op de juiste manier) een essentieel onderdeel kan worden van kinderopvang in Vlaanderen, en dus ook sterker ingebed kan worden in de opleiding van kindbegeleiders. 
 

Lees ook

Tips om je thuisomgeving kindveilig te maken

Wie kleine kinderen in huis heeft, kent ongetwijfeld de uitspraak "je moet ogen op je rug hebben". Onze allerkleinsten gaan graag op ontdekking. En dat is goed, kinderen moeten gestimuleerd worden op alle vlak, ook al leidt dat soms tot kapoenenstreken. Maar wel liefst in een veilige omgeving natuurlijk.

1 op 4 peuters hinkt achterop bij motorische ontwikkeling

Maar elke dag 15 minuten oefenen in de kinderopvang toont beloftevolle resultaten. Dat ontdekten onderzoekers van UGent en VUB na een studie in de kinderdagverblijven van Partena en OZ Kinderopvang. Alle partijen roepen op om werk te maken van kwaliteitsvolle beweging in de kinderopvang en een goede opleiding voor kindbegeleiders. 

Naar oma en opa: meer dan alleen een kinderparadijs

Ouders voeden op en grootouders verwennen, een vertrouwde volkswijsheid. Maar we moeten niet rond de pot draaien: grootouders zijn voor veel families de meest betrouwbare schakel in hun sociale cirkel. Ze vangen de kindjes op na school of bij ziekte, ze zijn ervaren in hun zorg en ze maken maar al te graag tijd vrij voor de kleintjes. Maar dat ideale scenario komt er niet zomaar ...