NieuwsAutonomie
04 mei 2021

deel

41 % van de 75-plussers nemen meer dan 5 geneesmiddelen per dag

Uit een studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat maar liefst 4 op de 10 75-plussers minstens 5 (terugbetaalde) geneesmiddelen langdurig gebruiken. De cijfers tonen ook aan dat meerdere artsen en apothekers betrokken zijn bij het voorschrijven en verstrekken van medicatie aan eenzelfde patiënt. 

Polymedicatie bij 75-plussers 

Onder de 75-plussers die minstens vijf terugbetaalde geneesmiddelen langdurig gebruiken, slikt niet minder dan 1 op de 5 gedurende lange tijd een geneesmiddel dat vermeld wordt in de Beers Criteria. Dat is een lijst van geneesmiddelen die mogelijk niet aangewezen zijn bij personen boven 65 jaar. Ook geneesmiddelen in het kader van een behandeling van diabetes of een depressie worden vaak voorgeschreven, bij zowat een vierde van de personen. 

We stellen vast dat bij ongeveer 1 op de 3 patiënten, twee huisartsen of meer betrokken zijn in het voorschrijven van geneesmiddelen. En meer dan 1 op de 3 gepolymediceerde 75-plussers doen een beroep op twee apothekers om hun geneesmiddelen te verkrijgen. De Onafhankelijke Ziekenfondsen dringen dan ook aan op een betere samenwerking tussen artsen, apothekers én patiënten om het medicatiegebruik op punt te stellen. 

Hoe polymedicatie voorkomen?

Gelukkig bestaan er hulpmiddelen die artsen ondersteunen in de behandeling, zoals het globaal medisch dossier (GMD). Dit laat artsen toe om onder meer het geneesmiddelengebruik van een patiënt met elkaar te delen. Bijna 85 % van de ouderen die minstens 5 geneesmiddelen langdurig gebruiken, beschikt over zo’n dossier. 

Ook apothekers kunnen onderling informatie delen, aan de hand van het gedeeld farmaceutisch dossier. Sinds 2017 kunnen patiënten ook voor een huisapotheker kiezen om hun geneesmiddelengebruik op te volgen. Maar slechts 30 % van de bestudeerde 75-plussers maakte hier gebruik van. 

Een meer uitgebreide digitale informatiedeling tussen artsen en apothekers zal het geneesmiddelengebruik optimaliseren. De patiënt moet ook actief betrokken worden, zodat hij of zij begrijpt wat het doel is van de behandeling en waarom geneesmiddelen worden stopgezet of opgestart. Dit leidt tot betere zorg en lagere kosten.

 

Lees ook

Annick is verzorgende bij Theresia (88). "Ze is een vertrouwenspersoon."

Theresia (88) is zorgebehoevend, haar dochter Anne-Marie (63) is haar mantelzorger. Maar toen de man van Theresia in het ziekenhuis belandde, stelden de hulpverleners een ultimatum: hij mocht pas naar huis als er hulp in huis kwam, om zo ook dochter Anne-Marie te ontlasten. Die hulp kwam er via Partena en OZ. De dienst Thuiszorg stuurde Annick naar Theresia en ze hadden meteen een goede klik.