Verhoogde tegemoetkoming

Op 1 januari 2014 werden de statuten Omnio en RVV samengesmolten tot één nieuwe versie van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming. De regels die bepalen of je recht hebt op een tegemoetkoming, werden vereenvoudigd.

Wat verandert er nog allemaal? Wanneer heb je recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming? De antwoorden op een rijtje!

Wanneer heb je recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming (RVV)?

1. Zonder controle van de inkomsten
Je hebt automatisch recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, zonder bijkomend onderzoek naar je inkomsten:

  • als je gedurende drie opeenvolgende volledige maanden een leefloon geniet of gelijkaardige hulp van het OCMW
  • als je de IGO (inkomensgarantie voor ouderen) of het GIB (gewaarborgd inkomen voor bejaarden) geniet
  • als je een gehandicaptenuitkering (tussen 21-65 jaar) geniet
  • als je verhoogde kinderbijslag geniet voor een kind dat lijdt aan een fysieke of mentale handicap van minstens 66%
  • als je ingeschreven bent bij je ziekenfonds in de hoedanigheid van NBMV (niet-begeleide minderjarige vreemdeling)
  • als je ingeschreven bent bij je ziekenfonds in de hoedanigheid van gerechtigde wees

2. Met controle van de inkomsten en referentieperiode van een maand (indicator)
Je kunt recht hebben op RVV op basis van een inkomstencontrole van het gezin als je je in een van de volgende situaties bevindt:

  • weduwe/weduwnaar (niet hertrouwd, zonder wettelijk samenwonende partner), invalide, gepensioneerde
  • in gecontroleerde werkloosheid sinds meer dan een jaar en/of arbeidsongeschikt en dit, zonder onderbreking
  • erkend als gehandicapte, maar je geniet geen specifieke uitkering
  • eenoudergezin (d.w.z. dat je enkel samenwoont met kinderen die te jouwen laste ingeschreven zijn)
  • een militair in tijdelijke rust of ambtenaar die sinds 12 maanden om gezondheidsreden arbeidsongeschikt is

De jaarlijkse inkomsten van je gezin worden berekend op basis van een maandelijks referentieloon (de maand die voorafgaat aan de aanvraag of de maand van de aanvraag in functie van je huidige situatie). Dat referentieloon wordt nadien omgezet in een jaarlijks inkomen. Het resultaat mag niet hoger zijn dan de volgende plafonds (op 1/09/2013):

  • Gerechtigde: 16.965,47 euro
  • Persoon ten laste of wettelijk samenwonende partner: 3.140,77 euro

Voorbeeld: op 15 januari 2014 bestaat je gezin uit 4 personen: je echtgeno(o)t(e) (gerechtigde), 2 kinderen (ingeschreven te jouwen laste) en jij.

In januari 2014 ben je 1 jaar werkloos. Je dient je aanvraag in bij je ziekenfonds op 15 januari 2014. Je gebruikt als referentie de verschillende inkomsten van je gezin van de maand van de aanvraag (januari 2014) en dient de verschillende bewijsstukken en de verklaring op erewoord (ingevuld en ondertekend), binnen de 2 maanden na je aanvraag in (voor 14 maart). Het ziekenfonds zal zich bezighouden met de berekening en zal je van zijn beslissing op de hoogte brengen. Voor je gezin mag het plafond niet hoger zijn dan 16.965,47 + (3 x 3.140,77) = 26.387,78 euro. Als je onder dit plafond zit, dan heb je vanaf 1 januari 2014 recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor jou en je gezin.

3. Met controle van de inkomsten en een referentieperiode van een jaar
Wanneer geen enkel gezinslid zich in een van de bovenstaande situaties bevindt (ook wel de indicatoren genoemd), dan vragen wij je om het bewijs te leveren van de brutobelastbare inkomsten van je gezin voor het volledige kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van je aanvraag en dan vergelijken we het met de volgende plafonds (voor het jaar 2013):

  • Gerechtigde: 16.743,70 euro
  • Persoon ten laste of wettelijk samenwonende partner: 3.099,72 euro

Voorbeeld: als je een aanvraag indient op 15 januari 2014 bij je ziekenfonds, dan moet je het bewijs leveren dat de brutobelastbare inkomsten 2013 (voor elke aftrek) van je gezin (op datum van 15 januari 2014) het jaarlijkse referentieplafond voor dit jaar niet overschrijden. Als je onder de voorwaarden valt, dan geniet je de verhoogde verzekeringstegemoetkoming op 1 januari 2014, m.a.w. op de 1e dag van het trimester van de aanvraag.

Opgelet: het plafond van het vorige jaar wordt enkel meegerekend als de inkomsten van een gezinslid ondertussen niet verhoogd werden. Is dat het geval, dan zal de berekening moeten gebeuren op basis van de inkomsten en het plafond op het moment van de aangifte.