Fases arbeidsongeschiktheid
Een arbeidsongeschiktheid verloopt via diverse stadia met bijbehorende uitkeringen. Het bedrag en de toekenningsvoorwaarden variëren naargelang je situatie en de duur van de arbeidsongeschiktheid.
Voor loontrekkenden:
- Eerste fase: gewaarborgd loon
- Tweede fase: primaire arbeidsongeschiktheid
- Derde fase: invaliditeit
Voor zelfstandigen geldt de eerste fase niet.
Je arbeidsongeschiktheid duurt langer dan de periode van gewaarborgd loon? Je hebt dan geen recht meer op het gewaarborgd loon en je kunt aanspraak maken op een uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid. Deze uitkering wordt betaald door je ziekenfonds.
Let op!
De volgende personen kunnen geen erkenning arbeidsongeschiktheid krijgen:
- personen ten laste
- studenten
- ingezetenen
- gepensioneerden die niet meer werken
- statutaire ambtenaren in overheidsdiensten (de overheid waarvoor ze werken heeft een eigen regeling)
Maximum 12 maanden
Uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid worden maximum 12 maanden toegekend. Ben je nog langer arbeidsongeschikt? Dan ontvang je een invaliditeitsuitkering.
Berekening
Voor loontrekkenden bedraagt de uitkering een percentage van het laatste ontvangen loon.
Voor werklozen wordt de uitkering berekend:
- op basis van de oorspronkelijke werkloosheidscategorie
- of op basis van een forfait, afhankelijk van de leeftijd
Voor zelfstandigen is dit een forfaitair bedrag.
Let op!
De arbeidsongeschiktheidsuitkering is een vervangingsinkomen. Je dient de uitkering dus te vermelden op je belastingaangifte (Deel 1, Vak IV C).
